8. Q&A - Reacties
N.B. Een belangwekkend deel van, met name infrastructureel inhoudelijke, reacties op 4891 treft u niet hieronder aan maar zijn verwerkt in de nieuwste versie van het iDNA Manifest.
Q: Waar staat 4891 voor?
A: 4891 is de omkering van 1984. 1984 is een boek (dystopie) van de Britse schrijver George Orwell uit 1948. Het is een beroemde anti- utopie van de westerse wereld anno 1984, waarin de enkeling ten onder gaat in een volkomen kansloze strijd tegen een totalitair bewind. Zie verder WikiPedia.
Q: Je beschrijft al die databases met snel achterhaalde informatie. Daar heb je een punt! Ik ben onlangs verhuisd en zie welk werk het mij kost en dat van (nogal eens klungelende) organisaties. Dat gaat dus mis en daarin zal inderdaad een behoefte kunnen gaan ontstaan. Maar voordat overheden (met bv. een belastingdienst) dat gaan overnemen????
A: Overheden gaan dat overnemen, zijn daar al voorzichtige stappen in aan het zetten waarbij ik ook betrokken ben, en wel om de goede reden van ‘informatiepositie’.
Q: Wat ik mij afvroeg bij je iDNA: hoe zou je mij je artikel hebben kunnen sturen (zonder dat ik je toestemming had gegeven om mijn e- mail adres te gebruiken)?
A: Niet!
Q: Vergelijking met DNA: DNA is als drager van identiteit onveranderbaar per individu na de vorming. Iedere cel draagt dezelfde informatie en deze informatie is per individu oneindig veel aanwezig gezien het onnoemlijk aantal lichaamscellen. Jouw iDNA is veranderbaar en eenmalig.
A: De bedoelde analogie is die van alle informatie op een enkele 'plek', zoals DNA in een (elke enkele) cel. iDNA is niet veranderbaar, maar (en daar gaat de analogie verder dus niet meer op) wel gestaag groeiend in ‘componenten’.
Q: Onze sociale wereldgemeenschap is vooral gebouwd op wantrouwen en daarmee op controlezucht, beheersing etc. Het uit handen geven van de beheersing over relevante informatie (vooral dus identiteit van mensen) zal heel veel angst en daarmee veel weerstand oproepen. Een dergelijke verandering kost minimaal een halve eeuw.
A: 4891 is een antwoord op dit argument. Nu is alles immers 'uit handen gegeven’ en dat draait 4891 terug. En over die halve eeuw: internet bestaat inmiddels nog maar 15 jaar...
Q: Jullie concept is me bekend, ik noem het "dashboard".
A: Hopelijk bieden de informatiekundige onderbouwing (Metapattern) en de stringente principes van 4891 een welkome aanvulling op het ‘dashboard’ dat, zoals ik het althans heb begrepen, vooralsnog op ‘oude informatiekunde’ is gebaseerd en op ‘marktwerking’ (vraag/aanbod) in plaats van dergelijke stringente ‘politieke’ en maatschappelijke principes. Hoe dan ook, het is goed te weten dat (de buitenkant van) 4891 blijkbaar al enige tijd onderdeel uitmaakt van uw collectie toekomsten. Dat, samen met 4891, maakt ‘dashboard’ in ieder geval tot een mogelijke en maakbare toekomst.
Q: In 'Een Analogie: I=€' geef je aan dat informatie - net als geld - als gevolg van die ene transactie in die specifieke context (tijd en ruimte) van plaats verandert - zeg van A naar B. In geval van geld is - na de transactie - een stukje geld niet langer bij A te vinden, maar bij B. In geval van informatie is -  na de transactie - een stukje informatie zowel bij A als bij B te vinden. Overvraag ik de analogie? Zie ik wat over het hoofd?
A: Elke analogie gaat maar beperkt op, maar uit je vraag blijkt wel hoe 'vast we op het bestaande' zitten. Waarom zou de informatie in kwestie óók bij B te vinden (moeten) zijn? Wat immers telt is de uitkomst van het gebruik. Principieel heeft A de informatie in beheer. Op basis van expliciete delegatie kan eventueel B (incl. algemene dienstverleners) erover beschikken. In het verlengde van gebruiksmogelijkheden kan B inderdaad óók nog een afschrift van informatie van A bewaren, maar waarom eigenlijk nog? Dat maakt het nodeloos ingewikkelder. Wie dat toch wil, doet dat voortaan volgens duidelijke afspraak.
Q: Hoe 'regelt' A dat B het stukje informatie slechts één keer gebruikt?
A: Waarom 'slechts één keer'? Daarover maak je afspraken (je adresgebruik voor toezending van een maandblad bijvoorbeeld). Naast een kwantitatieve moet er een kwalitatieve gebruiksprecificatie zijn: raadpleging enz. van informatie is niet alleen aan toestemming/recht gebonden maar ook aan een specifiek doel (op een bepaald moment, in een bepaalde context). Alle gebruik daarbuiten is (feitelijk nu ook al) verboden!. Het systeem dat informatie altijd in een bepaalde context/tijd doelbinding gebruikt mag worden en dat daarvoor een aan dat specifieke doel/context/tijd gebonden toestemming nodig is, maakt zeer helder en duidelijk wanneer informatie daarbuiten gebruikt zou worden: de specifieke toestemming ontbreekt dan immers. Dat veronderstelt uiteraard adequate maatregelen tegen compromittering en dekkende audittrails, maar dat is allemaal niet nieuws. Op stelselmatige schaal werken ze natuurlijk wel ànders. Terug naar toestemming, delegatie e.d., nu al, wanneer je voor de betaling van je gasrekening een machtiging hebt afgegeven, zul jij misbruik van die machtiging weten en er wat aan kunnen doen (omdat je bank je dit automatisch rapporteert). Middels certificaat- technologie is de validitering van informatiegebruik en –hergebruik redelijk eenvoudig ‘dicht te timmeren’: ontvangers van informatie weten dan dat die alleen maar kan kloppen wanneer het certificaat klopt en wanneer zij zelf gemachtigd zijn in dat certificaat. De transparantie over de (enige) plaats waar juiste informatie kan worden verkregen biedt deze mogelijkheid op aanzienlijk simpeler wijze.
Q: Maar betekent dat dan dat B ALLEEN MAAR antwoord krijgt op zijn vraag en dat B niet weet op basis van welke gegevens van A dat antwoord tot stand kwam? B heeft A te vertrouwen? Als brongegevens van A op de één of andere manier bij B bekend raken, hoeft B A daarna immers niet meer te raadplegen: B weet immers al. En dan weet A niet meer dat (een deel van) zijn informatie (weer) is geraadpleegd door B (maar nu zonder toestemming).
A:Wat B precies van A verneemt hangt van hun afspraak af: geen kwestie van louter vertrouwen. Er horen maatregelen voor toezicht en handhaving bij. Autorisatie, audittrails en dergelijke. Niets nieuws, maar 4891 legt de noodzaak onweerlegbaar bloot. Wat 4891 met iDNA daarbij benadrukt, is het belang van de individuele persoon (of het aparte bedrijf). Dat pakt praktisch nogal anders uit. Overigens moeten ook de zgn. basisregistraties inderdaad op vertrouwens...basis opereren. Overheidsinstellingen wettelijk verplicht de aldaar opgeslagen informatie te gebruiken. Over personen, ruimtelijke objecten, vervoermiddelen, ga zo maar door. Die informatie is gekarakteriseerd als authentiek, juist omdat de gebruiker erop kan, nee, zelfs moet vertrouwen. Omgekeerd maakt dat de houder van een basisregistratie aansprakelijk: hij is verantwoordelijk voor informatiekwaliteit. De vraag doet voorts een lichtvaardige veronderstelling over duurzame geldigheid van informatie. Daarentegen kan feitelijke informatie stelselmatig sterk veranderlijk zijn. Stel dat B wil werken met 'eigen' afschriften van informatie. Ter verzekering van geldigheid, moet B dan daarover voor elke gebruik bij A navraag doen. Het is echter pas doorzichtig wanneer B gewoon elke keer het afgesproken resultaat, wat dat ook is op dat moment, door A geleverd krijgt. Dat maakt ook voorzieningen voor duplicatie, afstemming enzovoort allemaal overbodig.
Omdat de vraag (niet) de kern raakt en daarom extra belangrijk is, helpt het wellicht om hem nog eens op een andere manier te beantwoorden. De kern van Metapattern is werkelijk simpel. Niet die simpele kern, maar onze gecompliceerde (veronderstelde) kennis staat ons in de weg om de kern en de implicaties van 4891 te begrijpen. Het is zoiets als ‘denk niet aan blauw’. En aldus met blauw in ons hoofd vraagt 4891 ons hoe de klap van één hand klinkt… Het korte antwoord op de vraag is: context/tijd/doel(binding). #1 stel dat ik de stand van jouw banksaldo ken… #2 dat saldo is inmiddels wellicht al weer anders… #3 wat zou ik daarmee moeten/kunnen doen? Maar nu ken ik je adres (omdat je me dat t.b.v. toezending van een boek gegeven hebt). Ik ‘verkoop’ je adres… Dat wordt dan door K(oper) gebruikt, voor een mailing. Op mijn Ibank- afschrift staat de transactie van jouw adres aan K niet. Dat maakt zowel K als mij (heler) strafbaar.
En: stel dat de belastingdienst zelf maandelijks de verschuldigde premies en loonbelasting van werknemers gaat berekenen. Via een machtiging kan de belastingdienst dan gebruik maken van mijn relevante informatie. Sterker nog: die informatie zou wel eens ‘alleen’ daar opgeslagen kunnen zijn, omdat het (slechts) nodig is voor het specifieke doel: de juiste aanslag berekenen. Kortom, ook al ‘weet B immers al’, dat wat B weet is in zichzelf gebonden aan een specifieke context/tijd en het gebruik ervan aan een specifiek doel. Simpel! Toch?
Q: Ben jij in dit kader ook een voorstander van chipimplantaties? Bv. met iDNA?
A: De 'noodzaak', of zo je wilt het 'angstbeeld' van massale chip- implantaties is nu vele malen meer terecht, groter en groeiend. De vraag is ‘in dit kader’ eigenlijk zeer onterecht omdat 4891 alle overwegingen voor chip-implantaties geheel overbodig en daarmee bijzonder onwaarschijnlijk maakt.
Q: Hoe regel je het dat bezoekers van de website van de Y (Universiteit) kunnen zoeken naar medewerkers (als wij zelf geen databank met voor onze organisatie relevante gegevens mogen bijhouden)?
A: Algemeen gaat deze vraag over de 'relatie' tussen medewerker en werkgever. Langtermijn bepaalt de medewerker (het onderwerp dat helaas niet in de vraag voorkomt) of hij/zij gezocht en gevonden wil kunnen worden. Bij toestemming mag de werkgever een email-adres (dat) van de medewerker (is) gebruiken, tot de toestemming daarvoor weer wordt ingetrokken. Korttermijn: de werkgever zal voorlopig nog eigen email adressen maken, en de medewerker geeft dan dus toestemming zijn/haar naam (tijdelijk) daaraan te koppelen. Het enige dat de werkgever dan (nog) in databases bewaard, zijn die emailadressen, als data van de genoemde relatie tussen medewerker en de werkgever. Tussenoplossing: De werkgever mag via een werkgevers-emailadres boodschappen naar (een van de) emailadres(sen) van de medewerker doorsturen… N.B. Ik heb, voor de 'fijnproevers', deze vraag ook aan Pieter Wisse voogelegd. Zijn reactie:
Als ik het voorbeeld oppak en de medewerker in kwestie met X aanduid, en de werkgever met Y, vind ik het nog 'oud denken' volgens het of/of- kader om het gedragszwaartepunt van Y radicaal om te zwiepen naar X. De nieuwe sleutel bestaat uit de RELATIE, in dit geval dus van X met Y. Voor die relatie hebben beide deelnemers karakteristieke verantwoordelijkheid. Hun respectievelijke aandelen kan je eenduidig splitsen door gedrag te verbijzonderen naar zowel X in Y, als Y in X. Tussendoor, via formulering als contragram kom je speels spanning op het spoor, bijvoorbeeld: verantwoordelijkheid van medewerking is medewerking van verantwoordelijkheid. Dat betekent in oude zin niet meteen iets. Het doet echter wel iets, althans met mij, en opent zo ruimte (jijzelf noemde dat al terecht). Terug naar het concrete(re) voorbeeld. Omdat de Ys tot nu toe de informatiesystemen betalen enz., krijgt daar steeds louter X in Y aandacht. Eenzijdige machtsbeleving, belang enz. En omdat het toch opgevat wordt als gereedschap van louter Y, blijft zelfs explicatie van Y achterwege. Machtsgreep naar eigendom. Daar blijft ogenschijnlijk slechts X over. Er is echter heel veel noodzakelijke verbijzondering buiten de grens van het feitelijke, aparte gereedschap gehouden. Dat gebeurt impliciet, want het stelselparadigma ontbreekt, punt. Op maatschappelijke schaal leidt dat tot botsingen enz. van betekenissen/gedragingen. Ineens blijken voor al die Ys de apart gehouden X-en niet consistent (nota bene, consistent is iets heel anders dan identiek). En als X zich erover beklaagt, hoezo belang?, moet zij/hij pas echt gaan oppassen. De oplossing is echter niet om van de weeromstuit de X tot het nieuwe, alomgeldige centrum te verklaren. Dat is en blijft oud atomisme. Voor eenduidige gedragsverbijzondering moeten we zijn bij relaties. Zij leveren de reele maat voor varieteit. Elke relatie komt neer op een situatie/context, dus eventueel nog verder te splitsen indien deelnemers voor hun relatie asymmetrisch gedrag vertonen (wat eigenlijk altijd aan de orde is, want anders was die relatie er niet: asymmetrie van gedrag is gedrag van asymmetrie). Nu het konijn: door het binnen elke situatie/context qua gedragsverbijzondering helemaal apart te laten kloppen, gaat het ertussen ook meteen kloppen. De goocheltruc bestaat eruit om stelselmatigheid als criterium te hanteren voor wat geldt als situationeel 'apart.' Dat kan daarom nooit conflicteren. Wat eenvoudig eigenlijk, he?!
Q: In je presentatie schilder je natuurrampen: die zijn er, waren er en zullen er altijd blijven. En zijn niet beïnvloedbaar, behoudens middels vroege signalering en schadebeperking kun je er iets mee.
Wat je niet laat zien is wat mensen elkaar aandoen: vooral dus geweld in oorlogen, terreur etc. Daar ligt angst en dus wantrouwen. En dus behoefte aan identiteitsbepaling: zie welke bewegingen daar nu in gaande zijn.
A: Omdat 4891 van iDNA (alle data op een enkele plek) uitgaat is diezelfde informatie sneller en compleet beschikbaar als dat nodig is. We hoeven niet alles van iedereen zes maanden bij te houden (en dan doen sommigen daar wel of niet wat mee), maar kunnen heel gericht en onder strikte voorwaarden specifieke informatie over een persoon raadplegen. Dus niet: iedereen controleren om te kijken of er geen verdachte komt bovendrijven, maar de snelle mogelijkheid om die ene verdachte te controleren.
Q: (van een Informatie Architect) gaarne per direct mijn mailadres uit al uw bestanden verwijderen (en van een ander) Wie is u en hoe komt u aan dit mail adres ??
A: Dank voor het (mede) maken van mijn punt en uw demonstratie van de relevantie van 4891.
Q: Wat te veranderen is, is fraudegevoelig. Veel mensen zijn nieuwsgierig en trekken zich weinig aan van gestelde grenzen: hackers, spammers (jij dus ook!), inlichtingen diensten etc. Dus ook jouw iDNA zal haar manipulatoren krijgen: dwz je presentatie in je iDNA zo maken, dat het je goed (beter) uitkomt. Dat doen mensen nu ook: ken jij mensen die echt helemaal zichzelf zijn? Op een paar vingers te tellen, lijkt me.
A: 4891 is 98% minder fraudegevoelig. Het argument dat het nooit ‘waterdicht’ kan worden lijkt me ruim onvoldoende om niet een 98% minder fraudegevoelige oplossing te kiezen.
Q: ik zie mijn kinderen niet met zo'n sleutel lopen. Stel het komt in verkeerde handen? Je leest het, ook ik heb wantrouwen naar een deel van mijn medemensen...
A: Die ‘verkeerde handen’ is mooi: zo’n sleutel vraagt (ook) een vingerafdruk en pincode om te werken, en dan werkt het alleen nog maar in de context waarin je hem gebruikt. Kortom: dit is precies het voorbeeld van de veel hogere veiligheid: je hebt niets aan die sleutel als je er die dingen niet bij hebt en op de goede plek de sleutel kunt gebruiken. Jaja, stel dat ze je kinderen hun PINcode aftroggelen, hun sleutel pikken, en hun duim/vinger afhakken… om wat te doen? Elk antwoord dat je hier kan geven kan nu veel en veel makkelijker.
Q: (van een leider in maatschappelijke hervorming) Ik heb naar je artikel gekeken, niet helemaal gelezen, maar de strekking lijkt me duidelijk en ik hoop dat het zover gaat als ik meen te voelen: de herstructurering van ons gehele maatschappelijke systeem inclusief (en te beginnen bij?) de politiek en andere machtsbolwerken. Als ik het mis heb dan is iDNA de zoveelste ´nieuwe´gedachte gericht op zelfverrijking (allemaal aan het volgende DNA). Ik hoop dat ik gelijk heb.
A: Je hebt gelijk!
Q: (van een professor die zijn sporen in 'veranderen' ruim verdiend heeft) Je verhaal over iDNA met veel interesse gelezen: hardstikke mooi.